De financiële gevolgen door de Wet kwaliteitsborging

Publicatiedatum: 28 juni 2021 14:21
Gelijktijdig met de Omgevingswet zal ook de Wet kwaliteitsborging voor de bouw (Wkb) in werking treden. Door de invoering van de Wkb vervallen er werkzaamheden bij de gemeente of uitvoeringsdienst. Voor alle bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 0 en 1 zal gelden dat de gemeentelijke toetsing aan de bouwtechnische voorschriften en toezicht op de bouw komt te vervallen. Voor deze bouwwerken vervalt de wettelijke grondslag voor het heffen van leges. Wat zijn de te verwachten financiële gevolgen voor gemeenten? Jurist Thea de Ruijter neemt ons mee.

Wettelijke grondslag voor het heffen van leges

Allereerst is het goed om te kijken welke wettelijke grondslag er is op basis waarvan het gemeentebestuur leges in rekening mag brengen. Hiervoor moeten we allereerst naar het fundament onder de Nederlandse rechtstaat, de Grondwet. In artikel 132 lid 6 van de Grondwet staat het volgende:

“De wet bepaalt welke belastingen door de besturen van provincies en gemeenten kunnen worden geheven en regelt hun financiële verhouding tot het Rijk.”

De wettelijke grondslag is voor de gemeente te vinden in artikel 229 van de Gemeentewet. Het gemeentebestuur mag rechten heffen voor het genot van, door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. De in rekening te brengen leges mogen de kosten die de gemeente moet maken niet overstijgen. Deze leges moeten dus kostendekkend zijn en in verhouding staan met het totaal aantal verstrekte diensten.

Wat gaat er veranderen door de Wkb?

Door de komst van de Wkb gaat er het een en ander veranderen in de diensten die het gemeentebestuur levert waar het gaat om bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 0 en 1 van de Wkb. Onder gevolgklasse 0 vallen de vergunningsvrije bouwwerken en bij gevolgklasse 1 gaat het om bouwwerken in de laagste risicoklassen. Het kan hier bijvoorbeeld gaan om de bouw van een grondgebonden woning inclusief aanbouwen en bijgebouwen of een bedrijfspand van maximaal twee bouwlagen. De gemeente toetst bouwaanvragen alleen nog aan het omgevingsplan. Het gaat hier dan om de omgevingsplanactiviteit bouwen. Voor bouwplannen geldt dat de vergunningaanvrager uiterlijk vier weken voor de bouw een melding doet bij de gemeente. Dit doet hij nadat hij van de kwaliteitsborger groen licht heeft en een borgingsplan heeft ontvangen.

Onderzoek naar de financiële impact

Bij het uitwerken van de Wkb zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. Een van die onderzoeken is de financiële impact van de Wkb op gemeenten. In dat kader is onder andere gekeken naar werkzaamheden die wegvallen bij de gemeente. Het gaat hier om het in behandeling nemen van een aanvraag omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit vallende onder gevolgklasse 0 en 1 en daarbij het houden van toezicht tijdens de bouw en toetsing in het kader van de oplevering van het bouwwerk.

Er is een inschatting gemaakt van de tijdsbesparing die ontstaat door het wegvallen van werkzaamheden door de Wkb. Geconstateerd is dat gemeenten hierdoor substantieel tijd kunnen besparen. Als gekeken wordt naar de financiële effecten, dan is het wel van belang om in het oog te houden dat een tijdsbesparing die volgt uit het wegvallen van werkzaamheden niet altijd leidt tot een even grote daling van de kosten bij de gemeenten. Aldus de vereniging BWT Nederland. BWT Nederland merkt hierbij op dat een tijdsbesparing van 0,1 fte voor een fulltime medewerker niet hoeft te betekenen dat de loonkosten ook met 10% dalen (al dan niet vertraagd). Ook de overheadkosten bewegen niet direct mee met een lagere tijdsbesteding. Als werkzaamheden worden verricht door extern personeel, dan is deze relatie er wel. Tijdbesparing is er ook in de afhandeling van bezwaar en beroep.

De kostenbesparing door het wegvallen van de werkzaamheden moet worden weggestreept tegen de daling van de opbrengst die gemeenten hebben vanuit de leges. Berekend is dat de kosten die wegvallen omdat gemeenten deze diensten niet meer leveren, hoger zijn dan de leges die naar verwachting hiermee vervallen. De kosten voor het toetsen van de bouwplannen in het nieuwe stelsel verschuiven naar de kosten voor de uitvoering van de kwaliteitsborging door de kwaliteitsborger. Het verschuiven van inkomsten van gemeenten naar de kwaliteitsborger is ook noodzakelijk om het stelsel te bekostigen. De werkzaamheden die achterblijven bij gemeenten en die in de plaats komen van de vergunning zijn geen diensten in de zin van artikel 229 van de Gemeentewet en dienen dus uit algemene middelen in plaats van leges gefinancierd te worden. Het gaat hier dan om bestaande taken zoals het uitvoeren van toezicht en handhaving en het ontvangen en op volledigheid checken van de bouwmelding.

Conclusie 

Onder de streep is de conclusie dat gemeenten minder leges kunnen heffen. Daar staat wel tegenover dat ze ook minder uren besteden aan het toetsen van vergunningen en aan de technische controle bij de bouw. In principe zou de conclusie moeten zijn dat een gemeente er dan ook financieel niet op achteruit gaat. Het zal in de praktijk echter zo zijn dat de ene gemeente meer nadelige financiële gevolgen ondervindt dan de andere gemeente. Dit komt doordat er gemeenten zijn die voornamelijk alleen vergunningen verlenen die vallen onder gevolgklasse 1. Voor deze gemeenten geldt dat de werkzaamheden per fte vervallen maar deze fte wel op de loonlijst blijft staan.

Meer informatie over de impact van de Wkb is te lezen in het rapport: Impactanalyse Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, versie 1.0, opgesteld door de VNG.

 

 

Contact

Telefoon: 088-8883000

E-mail: info@thorbecke.nl

 

 

Volg ons via

 

 

 

Terug naar

Missie van Thorbecke

Door daadkracht én in samenwerking
publieke organisaties verder brengen

 

 

Thorbecke Nieuwsbrief

 

Contact

088-8883000
info@thorbecke.nl