Planschade: vergunningvrij valt buiten planologisch regime

Door: mr. Leonie Vos, jurist

Publicatiedatum: 15 oktober 2018 09:21
In de uitspraak van 23 mei 2018 maakt de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State nogmaals duidelijk dat de mogelijkheid om vergunningvrije bouwwerken op te richten geen onderdeel uit maakt van het planologisch regime en daarom niet kan leiden tot planschade.

Uitspraak 201702959/1/A2

Casus

De aanvrager is eigenaar van een vrijstaande woning met bijbehorende tuin. Door middel van een aanvraagformulier had hij het college verzocht om een tegemoetkoming in planschade, bestaande uit een vermindering van de waarde van de woning, die hij had geleden door de inwerkingtreding van een nieuw bestemmingsplan, waarbij een ten zuiden van zijn woning gelegen gebied (hierna: het plangebied) de bestemming ‘Woongebied’ met de aanduiding ’Tuin’ had gekregen. Onder het oude planologische regime was voor het plangebied de bestemming ‘Bossingel’ van toepassing. Volgens de aanvrager had de planologische verandering onder meer geleid tot een aantasting van het uitzicht en de privacy en een toename van overlast en schaduwwerking in de tuin.
Het college  had op basis van het advies van de planschadeadviseur de aanvraag afgewezen omdat er geen sprake was van een planologisch nadeliger situatie.
Het college had dit besluit in bezwaar gehandhaafd.
In beroep had de rechtbank vervolgens geoordeeld dat het college zich onder verwijzing naar het advies van de planschadeadviseur zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat aanvrager door de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan niet in een nadeliger positie is komen te verkeren.
De aanvrager kon zich met de uitspraak niet verenigen en ging in hoger beroep.
In hoger beroep voert aanvrager aan dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de mogelijkheid om in de nieuwe situatie op de gronden van het plangebied vergunningvrij te bouwen niet aan het nieuwe bestemmingsplan kan worden toegerekend en bij de planologische vergelijking buiten beschouwing dient te blijven. Daartoe voert aanvrager aan dat het plangebied in de nieuwe situatie een woonbestemming heeft, waardoor de mogelijkheid is gecreëerd om vergunningvrij bebouwing op de gronden van het plangebied op te richten, terwijl dat zonder de planologische verandering, gelet op de bestemming van het plangebied in de oude situatie  (‘Bossingel’), niet mogelijk was.

Uitspraak

De Afdeling oordeelt dat de rechtbank voor wat betreft de betekenis in de planologische vergelijking van de mogelijkheid om vergunningvrij te bouwen, als bedoeld in artikel 2 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (hierna: het Bor), terecht aansluiting heeft gezocht bij de jurisprudentie van de Afdeling, zoals neergelegd in de uitspraken van de Afdeling van 2 september 2009 (ECLI:NL:RVS:2009:BJ6678) en 28 november 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BY4421)
In artikel 6.1 van de Wro zijn de oorzaken van planschade limitatief opgesomd. In die bepaling is artikel 2 van bijlage II van het Bor niet genoemd.
De mogelijkheid om vergunningvrij te bouwen, als bedoeld in artikel 2 van bijlage II van het Bor, is dan ook een gevolg van de destijds gemaakte keuze van de wetgever en kan niet aan het nieuwe bestemmingsplan worden toegerekend. Dit betekent dat de mogelijkheid om vergunningvrij te bouwen niet bij de planologische vergelijking dient te worden betrokken.
Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank de in de nieuwe situatie bestaande mogelijkheid om vergunningvrij bebouwing op de gronden van het plangebied op te richten, terwijl dat zonder de planologische verandering, gelet op de bestemming van het plangebied in de oude situatie, niet mogelijk was, terecht buiten beschouwing heeft gelaten.

Nadere toelichting

In artikel 6.1 Wro zijn de besluiten tot wijziging van het planologisch regime ten gevolge waarvan een belanghebbende planschade kan lijden, limitatief opgesomd. Voor toepassing buiten de daarin opgesomde gevallen bestaat dan ook geen ruimte. Deze uitspraak bevestigt de standaard lijn hierin.
Opvallend aan deze uitspraak is wel dat in de aangehaalde uitspraken door de rechtbank van 2 september 2009 en 28 november 2012 het in die zaken ging om vergunningvrij bouwen van dakkapellen aan de achterzijde van woningen. In die aangehaalde uitspraken door de rechtbank  lag er dan ook al een woonbestemming.
In de onderhavige uitspraak van 23 mei 2018 lag deze woonbestemming er nog niet. Door deze uitspraak bevestigt de Afdeling ook de standaardlijn voor de situaties waarbij onder het oude planologisch regime de gronden nog geen woonbestemming hadden. Ons inziens kan hier dan ook uit worden afgeleid dat ongeacht de bestemming, vergunningvrij bouwen geen rol speelt bij de beoordeling van planschade in de zin van artikel 6.1 Wro. De Afdeling hanteert een strikte benadering: indien bouwmogelijkheden niet voortvloeien uit een planologisch besluit als bedoeld in artikel 6.1 Wro, dienen zij bij de beoordeling buiten beschouwing te blijven.

 

 

 

mr. Leonie Vos

 

 

Contact

Telefoon: 088-8883000

E-mail: info@thorbecke.nl

 

 

Volg ons via

 

 

 

Terug naar

Missie van Thorbecke

Door daadkracht én in samenwerking

publieke organisaties verder brengen

 

 

Thorbecke Nieuwsbrief

 

Contact

088-8883000
info@thorbecke.nl