Planschade: voorzorgsbeleid bij hoogspanningslijnen en gezondheidsschade

Publicatiedatum: 4 december 2018 11:35
Volgens vaste rechtspraak blijkt dat niet te objectiveren gezondheidszorgen geen rol mogen spelen in het kader van een planschadebeoordeling. In het kader van een planschadetaxatie en de beoordeling mag er dan ook geen rekening mee worden gehouden dat er wellicht kopers zijn die zich wel degelijk laten beïnvloeden door een negatieve gevoelswaarde. Slechts ruimtelijke gevolgen en objectief te verwachten overlast van een bestemming zijn relevant. In de huidige stand van de jurisprudentie zal een onbestemde angst of vrees voor gezondheidsschade als gevolg van een hoogspanningslijn dan ook niet snel tot een geslaagd beroep op planschade leiden.

Op 14 november 2018 heeft de Raad van State echter een (tussen)uitspraak gedaan waar in dit specifieke geval een gestelde vrees voor gezondheidsschade door een hoogspanningslijn niet kon worden afgedaan als een subjectieve beleving of onbestemde angst.

Casus

Appellant is eigenaar van een woonappartement in Helmond. Appellant stelt dat hij als gevolg van een bestemmingsplan dat de realisatie van een combinatiehoogspanningslijn mogelijk maakt planschade heeft geleden. Er is volgens appellant o.a. sprake van risico voor de volksgezondheid door straling en oplading van fijnstofdeeltjes. Het college heeft het verzoek afgewezen daar er geen planologisch nadeliger situatie is ontstaan.

In beroep heeft de rechtbank de StAB ingeschakeld om een nader onderzoek te doen o.a. ten aanzien gezondheidsrisico’s. Volgens de StAB leidt het nieuwe bestemmingsplan niet tot een planologisch nadeel in de vorm van toegenomen gezondheidsrisico’s als gevolg van het planologisch mogelijk maken van de combinatiehoogspanningslijn. Volgens de StAB wordt de magneetzone verkleind en komt deze in vergelijking met de oude situatie op grotere afstand van het appartement van appellant te liggen. De rechtbank heeft onder verwijzing naar het verslag van de StAB geoordeeld dat als gevolg van het bestemmingsplan geen planologische verslechtering is opgetreden in de vorm van een toename van gezondheidsrisico’s.

In hoger beroep voert appellant aan dat de rechtbank echter van een onjuiste planologische vergelijking is uitgegaan. Het nieuwe bestemmingsplan heeft volgens hem geleid tot een planologische verslechtering, vooral wat betreft de toename van gezondheidsrisico’s. Het nieuwe bestemmingsplan heeft een dubbelbestemming ‘bovengrondse hoogspanningsleidingen’ en legt geen beperkingen op ten aanzien van het aantal hoogspanningslijnen en evenmin beperkingen ten aanzien van het maximale kilovoltage. Op grond van het nieuwe bestemmingsplan is de bouw van een combinatiemast mogelijk met een magneetveldzone van 135 meter. Hierdoor komt de woning in een zone met een hoger jaargemiddelde dan 0,4 microtesla te liggen en bestaat er een verhoogde kans op gezondheidsrisico’s.

De Raad van State heeft ten aanzien van het gestelde door appellant de StAB verzocht om een nader onderzoek te doen naar de vraag of inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan tot planologisch nadeel heeft geleid en zo ja, welk nadeel.

Volgens de StAB was planologisch niet geregeld dat bij realiseren van een hoogspanningsverbinding rekening moet worden gehouden met het voorzorgsbeleid van het Rijk, dat de magneetveldzone van 0,4 microtesla niet over woningen mag komen te liggen. Indien moet worden aangenomen dat een combinatiemast met een hogere spanning zou leiden tot een grotere magneetveldzone, is volgens de StAB van belang dat op basis van thans beschikbare wetenschappelijke inzichten geen reden bestaat een oorzakelijk verband aan te nemen tussen het wonen nabij een hoogspanningslijn en het ontstaan van gezondheidsschade. Objectief gezien was er daarom volgens de StAB geen nadeel.

Uitspraak

De conclusie van de StAB kan volgens de Raad van State bij hoogspanningslijnen niet zonder meer worden gevolgd. De omvang van een magneetveldzone is afhankelijk van een groot aantal factoren. Voor de beoordeling van de vraag of de nieuwe planologische situatie nadeliger is, moet worden uitgegaan van een representatieve invulling van de magneetveldzone, uitgaande van de meest ongunstige situatie voor appellant.

Volgens vaste rechtspraak spelen subjectieve elementen, zoals een negatieve gevoelswaarde bij een bestemming, geen rol bij de beoordeling van planschade. Slechts ruimtelijke gevolgen en objectief te verwachten overlast van een bestemming zijn relevant. Dat geldt ook bij de vaststelling van een eventuele waardevermindering.

Het Rijk heeft echter beleid ontwikkeld over de langetermijneffecten van hoogspanningsverbindingen op de gezondheid. Dit beleid is gebaseerd op het Europese voorzorgsbeginsel. In 2005 en 2008 heeft het Rijk de gemeenten en provincies het advies gegeven om in nieuwe plannen te vermijden dat nieuwe situaties ontstaan waarin kinderen langdurig verblijven in een gebied waarin de jaargemiddeld sterkte van het magnetisch veld meer dan 0,4 microtesla bedraagt (de magneetveldzone). Geadviseerd wordt in deze zone geen woningen, crèches en kinderopvangplaatsen te situeren. De reden is dat er mogelijk een “statistisch relevante associatie” aanwezig is tussen leukemie bij kinderen en magnetische velden van hoogspanningsverbindingen.

Volgens de Raad van State kan daarom (gelet op het voorzorgsbeleid) niet staande worden gehouden dat een redelijk denkend en handelend koper dit niet zal meewegen bij zijn beslissing om de woning te kopen. Weliswaar is het verband tussen hoogspanning en gezondheidsschade niet aangetoond, maar de vrees voor het ontstaan van gezondheidsschade als gevolg van het wonen in de buurt van een hoogspanningsverbinding is geen subjectieve beleving of onbestemde angst. Niet voor niets heeft het rijk voorzorgsbeleid opgesteld. Dat voorzorgsbeleid is tot stand gekomen omdat er statistisch significant verband bestaat tussen hoogspanning en gezondheidsschade, en om die reden heeft de Gezondheidsraad dat voorzorgsbeleid vorm gegeven. Een koper zal daarom volgens de Raad van State het risico op wonen in de 0,4 microtesla zone verdisconteren in de koopprijs.

De Raad van State oordeelt dat het college een nieuw besluit op het planschadeverzoek moet nemen. Het college moet hierbij nader onderzoeken of de woning van appellant in de nieuwe situatie komt te liggen binnen een magneetveldzone met een hoger jaargemiddelde dan 0,4 microtesla. De procedure wordt nog vervolgd.

Nadere toelichting

Het in gebruik nemen van een hoogspanningsverbinding brengt met zich mee dat daar omheen een extreem laagfrequent magnetisch veld kan ontstaan. De sterkte van een magnetisch veld op een bepaalde plaats is afhankelijk van de hoeveelheid stroom die wordt getransporteerd of gebruikt, maar is ook afhankelijk van de afstand tot de bron die veld veroorzaakt. Hoe groter de afstand tot een hoogspanningslijn is des te sneller neemt de veldsterkte van het magnetisch veld af. Vanaf ongeveer de jaren 70 zijn veel onderzoeken verricht naar mogelijke invloed van magnetische velden op de gezondheid. Uit deze onderzoeken is tot op heden nog niet gebleken dat de elektrische en magnetisch velden veroorzaakt door hoogspanningslijnen of kabels in de woon- en/of werkomgeving schadelijk zijn voor de gezondheid.

Het kabinet heeft in 2005 en 2008 weliswaar beleid gemaakt om het wonen en leven in de buurt van een hoogspanningsverbinding tegen te gaan, maar dit betreft dan ook ‘voorzorgsbeleid’. Het staat vooralsnog niet vast dat een hoogspanningsverbinding dan wel het elektrisch- magnetisch veld voor gezondheidsschade zorgt.

In de planvergelijking moet rekening worden gehouden met de maximale planologische nadelen. Nu het voorzorgsbeleid om gezondheidsschade door hoogspanning te voorkomen niet rechtstreeks doorwerkt in het bestemmingsplan kan er zoals blijkt uit deze uitspraak, niet zomaar vanuit worden gegaan dat het voorzorgsbeleid was toegepast.

Ondanks dat de Raad van State in onderhavige zaak heeft aangegeven dat wel rekening moet worden gehouden met de vrees voor gezondheidsrisico’s (gelet op het voorzorgsbeleid van het rijk), gaat het in deze zaak echter om een bestemmingsplan van meer dan 10 jaar geleden. In de meer recente planologische besluiten dat hoogspanningsverbindingen mogelijk maakt wordt vaak al uitdrukkelijk een verband gelegd met het voorzorgsbeleid van het Rijk en is dit als het ware reeds verdisconteerd in de maximale invulling. Dit betekent naar ons oordeel dat deze uitspraak van de Raad van State in de praktijk geen grote invloed zal hebben op de meer recente planologische besluiten dat hoogspanningverbindingen mogelijk maakt, maar mogelijk wel ten aanzien van de nog wat oudere plannen.
 

 

 

Contact

Telefoon: 088-8883000

E-mail: info@thorbecke.nl

 

 

 

Volg ons via

 

 

 

Terug naar

Missie van Thorbecke

Door daadkracht én in samenwerking
publieke organisaties verder brengen

 

 

Thorbecke Nieuwsbrief

 

Contact

088-8883000
info@thorbecke.nl