Gezondheid omwonenden betrekken bij uitbreidingsplan veehouderij

Publicatiedatum: 15 juni 2020 10:20
Op 20 mei 2020 heeft de Afdeling uitspraak gedaan in het beroep van een veehouder die zijn verzoek om uitbreiding van zijn veehouderijbedrijf verloren zag gaan doordat de gemeenteraad hieraan niet wilde meewerken. Gerjo Bosch werpt een juridische blik op de zaak.

De casus

Bij besluit van 5 maart 2018 heeft de raad van de gemeente Heeze-Leende het bestemmingsplan “Buitengebied Heeze-Leende 2017” vastgesteld. Eén van de appellanten (meer specifiek: appellant sub 1) betreft de eigenaar van een pluimveehouderij voor het houden van legkippen (hierna: veehouder). De veehouder is het er niet mee eens dat zijn uitbreidingsplannen niet zijn meegenomen bij de vaststelling van het bestemmingsplan. Door de veehouder wordt verwezen naar zijn inspraakreactie en zienswijzereactie waarbij zijn plannen zijn onderbouwd met een ruimtelijke onderbouwing en een situatietekening. Gelet hierop is de veehouder van mening dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd dat zijn uitbreidingsplannen niet ruimtelijk aanvaardbaar waren. 

Het beroep en het toetsingskader

Ten aanzien van het beroep overweegt de Afdeling dat de uitbreidingsplannen in de inspraak- en zienswijzereactie een voldoende concreet initiatief zijn die de raad bij de vaststelling had moeten betrekken. Voornoemde betekent echter niet dat de uitbreidingsplannen ook in het vastgestelde plan opgenomen hadden moeten worden. De Afdeling stelt dat de raad moet bezien “of dat initiatief strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening en, gelet op alle daarbij betrokken belangen, in het bestemmingsplan kan worden opgenomen.”  (r.o. 5.1)

In het verweerschrift is door de raad (nader) gemotiveerd dat geen medewerking is verleend vanwege (onder andere) ontoelaatbare risico’s voor de volksgezondheid. Daarbij is verwezen naar het advies van de Omgevingsdienst waarin een advieswaarde voor endotoxinen van de Gezondheidsraad van 30 EU/m3 is vermeld (op basis van de Notitie handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0). De afstand waarbinnen die advieswaarde geldt, wordt door de uitbreiding vergroot. 

Het oordeel van de Afdeling

De Afdeling oordeelt dat de uitbreidingsplannen van de veehouder door de raad wel degelijk zijn meegenomen. Ten aanzien van het mogen betrekken van het Endotoxine toetsingskader oordeelt de Afdeling het volgende. Uit vaste jurisprudentie volgt dat de volksgezondheid nabij veehouderijen een mee te wegen belang is bij de vaststelling van een bestemmingsplan (zie o.a. de uitspraak van de Afdeling van 13 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3435). Daarnaast heeft de Afdeling eerder geoordeeld dat niet een eenduidige wettelijke regeling bestaat. Zodoende mocht de raad, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, een eigen beoordeling maken en het endotoxinekader betrekken bij de beoordeling van de gezondheidsaspecten. Hierdoor kon de raad in redelijkheid afgaan op het advies van de Omgevingsdienst, waarbij de uitbreidingsplannen – vanwege het voorop stellen van het belang van de volksgezondheid – in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening. Dat andere aspecten als de dierenwelzijn en de uitstoot fijnstof en ammoniak leiden tot een verbetering, doet naar het oordeel van de Afdeling aan het voorgaande (lees: de beoordeling van de volksgezondheid) niet af.  

Van belang is dat de bevoegdheid van de raad tot het vaststellen van een bestemmingsplan ver gaat en dat zij met een eigen beoordelingskader in redelijkheid – bij het ontbreken van een eenduidige wettelijke regeling – tot een beoordeling kan komen. Het endotoxinekader is zo’n beoordelingskader. 

>> Bekijk hier de volledige uitspraak

 

 

Contact

Telefoon: 088-8883000

E-mail: info@thorbecke.nl

 

 

 

Volg ons via

 

 

 

Terug naar

Missie van Thorbecke

Door daadkracht én in samenwerking
publieke organisaties verder brengen

 

 

Thorbecke Nieuwsbrief

 

Contact

088-8883000
info@thorbecke.nl