Gemeenschappelijke woonruimten onder artikel 220a Gemeentewet of niet?

Publicatiedatum: 18 juni 2019 12:10
Op 26 februari 2019 moest het Gerechtshof Den Haag zich buigen over het vraagstuk of de gemeenschappelijke woonruimten volledig dienden tot woning. Het ging hier over een woonzorgcentrum, waar de bewoners duurzaam verblijven en ook zijn ingeschreven bij de GBA. De bewoners beschikken over appartementen en een gemeenschappelijke woonruimte. Over het laatste ging het geschil: vallen de gemeenschappelijke woonruimten onder artikel 220a Gemeentewet of niet?

Woonruimten volgens artikel 220a

De gemeente was van mening dat dit niet het geval was, aangezien de ruimten voor de volgende zaken werden gebruikt: verblijf, eten, spelletjes doen, televisie kijken, het bereiden van de maaltijden (bewoners helpen indien mogelijk mee), kleinschalige activiteiten (onder begeleiding van verzorgenden en/of vrijwilligers) én er worden medicijnen uitgereikt door het verplegend personeel. De rechter maakte uit de stukken op dat het de bedoeling van het tehuis is om de mensen zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen laten wonen. Een bewoner beschikt daarbij niet alleen over een appartement, maar kan ook gebruik maken van onder andere de gezamenlijke woonkamer die behoort bij het cluster van appartementen. Deze ruimten vallen daarom onder artikel 220a Gemeentewet, waardoor nu meer dan 70% van de onroerende zaak in hoofdzaak tot woning behoort. Hierdoor geldt het woningentarief en dient er geen OZB-gebruik te worden geheven.

Achtergrondinformatie

Bij gemengde panden (woning/niet-woning) is het van belang om te beoordelen of de onroerende zaak een woning is of een niet-woning. Vanuit de jurisprudentie is bepaald dat ‘’in hoofdzaak’ moet worden gelezen als ‘voor meer dan 70 procent’. Artikel 220a Gemeentewet bepaalt dat indien een onroerende zaak in hoofdzaak (dus voor meer dan 70%) dient tot een woning, dan wel volledig dienstbaar is aan woondoeleinden, het gehele object moet worden beschouwd als woning. Dit betekent dat het woningtarief van toepassing is én dat het hele object vrijgesteld is van OZB-gebruik. Ruimten die ook voor andere doeleinden worden gebruikt (zoals gangen waar ook verplegend personeel gebruik van maakt om handelingen uit te voeren) vallen niet onder het criterium ‘volledig dienstbaar aan woondoeleinden’. Als eenmaal de beoordeling heeft plaatsgevonden of de onroerende zaak een woning of een niet-woning is, ga je in het geval van een niet-woning naar artikel 220e van de Gemeentewet. Hier staat dat de ruimten vrijgesteld worden van OZB-gebruik indien deze ruimten ‘in hoofdzaak’ dienstbaar zijn aan woondoeleinden. 

>> Naar de uitspraak




Contact

Telefoon: 088-8883000

E-mail: info@thorbecke.nl




Volg ons via




Terug naar

Missie van Thorbecke

Door daadkracht én in samenwerking
publieke organisaties verder brengen



Thorbecke Nieuwsbrief


Contact

088-8883000
info@thorbecke.nl